Development mode

Januar 2019

Café Thonet: Ein Messeauftritt feiert 200 Jahre Firmengeschichte 

 

Een kleine cultuurgeschiedenis – 200 jaar Thonet

 

Meubels van Thonet maken al generaties lang deel uit van het dagelijks leven van talloze mensen overal ter wereld. Sommigen beschouwen ze als klassiekers met een verhaal en een patina, anderen juist als collector's items. Jongere generaties zien in een origineel Thonet-product de stijl en de cultuur die het representeert. Meubels van Thonet zijn overal te vinden waar mensen samenkomen, waar ze contact met elkaar hebben, even pauze houden of flexibel werken: thuis, in wachtruimten en lounges, in kantoren en cafés. Voor veel mensen zijn ze meer dan slechts een onderdeel van het interieur. Deze meubels vormen vertrouwd cultureel erfgoed dat echt tijdloos is en gewaardeerd wordt, dat van generatie op generatie wordt doorgegeven.

 

Van Boppard naar Wenen: de buighoutperiode, een groot succesverhaal


De geschiedenis van Thonet begon met het werk van houtbewerker en meubelmaker Michael Thonet, die in 1819 zijn eerste werkplaats opende in Boppard aan Rijn in Duitsland. Met zijn stijlvolle sierlijke stoelen en met het onderzoeken en toepassen van nieuwe houtbewerkingstechnieken verwierf Michael Thonet bekendheid tot ver buiten zijn eigen regio. Toen de Oostenrijkse staatskanselier Clemens Graf von Metternich Thonet en zijn meubels leerde kennen, wist hij Thonet over te halen om naar Wenen te verhuizen. Op die manier kon Thonet meewerken aan het interieur van paleis Liechtenstein en tegelijkertijd zijn kennis en vaardigheden verder vergroten en een netwerk opbouwen dat hij thuis niet had. In 1849 richtte Michael Thonet een bedrijf op in Wenen, dat in 1853 werd omgedoopt tot 'Gebroeders Thonet' omdat het van het begin af aan al een familiebedrijf was. In onze tijd zou zijn innovatieve en vindingrijke bedrijf een 'start-up' heten.

 

Vanuit de koffiehuiscultuur van halverwege de 19e eeuw, waarin Thonet zijn eerste successen boekte, zijn zijn meubels overal terecht gekomen waar mensen samenkomen, om te praten of samen iets te ondernemen. Een koffiehuis is een communicatieve plaats van ontmoeting en zelfontplooiing, waar je je kunt terugtrekken midden in de openbaarheid. Dat is een van de pijlers onder het verhaal van de Thonet-producten.

Een van de eerste opdrachten van het jonge bedrijf was het interieur van café Daum aan de Kohlmarkt in Wenen, een café dat vooral bezocht werd door aristocraten en militairen. Thonet richtte dit café in met stoel nr. 4. Dat leverde hem vanaf 1850 grote faam op in de hele stad. De internationale doorbraak kwam in 1859 met stoel nr. 14, de zogenoemde Weense koffiehuisstoel. Door de nieuwe techniek waarmee massief beukenhout gebogen kon worden, werd het voor het eerst mogelijk om een stoel bijna in massaproductie te maken. Lang voor de globalisering ontstond zo een product dat vrijwel overal ter wereld verkrijgbaar was. De basis was een modulair systeem van onderdelen die apart gefabriceerd werden en naar behoefte gecombineerd konden worden. Hierdoor kon de productie vraaggericht en bijzonder efficiënt zijn. Model nr. 14 (tegenwoordig 214) werd als compact verpakt bouwpakket aan de klanten geleverd.

 

In hoog tempo verrezen er Thonetfabrieken op plaatsen waar grondstoffen en arbeidskrachten aanwezig waren, en zo dicht mogelijk bij transportroutes om de producten naar de klanten te kunnen vervoeren. Naast de internationale groei bleef de regionale uitbreiding een grote rol spelen in de ontwikkeling van het bedrijf en het portfolio.

 

Rond 1890 waren de buighoutstoelen van Thonet overal in Weense horecagelegenheden te vinden. Café Griensteidl was de ontmoetingsplek van de moderne literaire wereld, vanwege het grote assortiment kranten en tijdschriften, die gelezen werden op Thonet-stoelen nr. 4. Onder andere de grote Oostenrijkse schrijvers Hugo von Hofmannsthal en Arthur Schnitzler kwamen er regelmatig. Rond diezelfde tijd schilderde Henri de Toulouse-Lautrec in zijn 'Moulin Rouge' (1892) chique dames en heren op de karakteristieke buighoutstoelen. Henri Matisse gaf Thonet-stoel nr. 20 een plaats in zijn 'Intérieur au violon', dat hij in 1918/19 in Hotel de la Méditerranée in Nice schilderde. Het Lido in Venetië, Fleming's Restaurant in Oxford Street in London, Kempinski Weinstuben in Berlijn of het Dammtor Pavillon in Hamburg: op vele ansichtkaarten van begin 20e eeuw zijn Thonet-stoelen te zien in Europese balzalen, casino's en grand-hotels. Ook in de jaren '20 zijn ontmoetingsplaatsen waar het grootstedelijke leven zich afspeelt – cafés, restaurants, dansgelegenheden, concertzalen en schouwburgen – ingericht met Thonet-meubels. Hoewel vormgevers als Josef Frank en Adolf Schneck rond deze tijd het typische buighout van Thonet een nieuwe interpretatie geven met eigen meubels, blijft stoel nr. 14 onverminderd populair. In 'Die Form', het tijdschrift van de Deutsche Werkbund, schrijft architect Ferdinand Kramer begin 1929 een bedrijfsportret van Thonet, waar de dagelijkse productie in die tijd op een gemiddelde van 18.000 stoelen ligt. Voor Kramer – en niet alleen voor hem – was Thonet een lichtend voorbeeld op het gebied van karakterisering en in het ontwikkelen van normen die destijds richtinggevend waren voor architecten en meubelontwerpers. Kramer ontwierp het interieur van café Bauer in Frankfurt, waar onder andere filosoof en musicus Theodor W. Adorno, filosoof Walter Benjamin en schrijver Siegfried Kracauer regelmatig over de vloer kwamen.

Nieuwe tijd, nieuw materiaal: meubels van stalen buis die nog altijd eigentijds zijn

In diezelfde periode, zeventig jaar na de ontwikkeling van stoel nr. 14 (tegenwoordig 214) creëerde Marcel Breuer zijn eerste interieurstukken van stalen buis. In 1930 werd het bedrijf Standard Möbel, dat mede door Breuer was opgericht, overgenomen door Thonet. Vanaf dat moment produceerde Thonet dus ook de ontwerpen van Breuer. Daar ontstonden ook de bekende stalenbuisklassiekers

S 32 en S 64. Deze stoelen vormen een belangrijke schakel tussen de traditionele buighouttechniek en het moderne buigen van stalen buis. Het Weense rietvlechtwerk herinnert aan het traditionele handwerk, terwijl de beeldbepalende vormgeving van de (door Mart Stam geconcipieerde) freischwinger al naar de toekomst verwijst. Met stalenbuisstoel S 35, die voor het eerst in 1930 in het kader van de 'Section allemande' op een tentoonstelling van de Deutsche Werkbund in Parijs gepresenteerd wordt, onderstreept Breuer de internationale betekenis van zijn ontwerpen.

 

In Berlijn richt Breuer als architect in de vroege jaren 30 woningen van kunstenaars en intellectuelen in met zijn moderne meubels. Maar ook buiten de directe kring van het Bauhaus zijn moderne kunstenaars enthousiast over de meubels van Thonet. Onder andere Karl Hubbuch, een exponent van de Nieuwe Zakelijkheid, schilderde, tekende en aquarelleerde zijn vrouw Hilde Isay herhaaldelijk met nieuwe stalenbuismeubels. Ook op foto-zelfportretten uit zijn atelier is ze te zien met buighoutstoelen en bijzettafels van Thonet.

 

In de jaren 30 van de vorige eeuw was Thonet 's werelds grootste producent van moderne meubels, die ontworpen werden door avantgarde-architecten als Marcel Breuer, Mart Stam, Ludwig Mies van der Rohe, Le Corbusier en Charlotte Pérriand. De stalenbuismeubels werden met destijds volledig nieuwe technieken geproduceerd in het Duitse Frankenberg an der Eder, waar sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog ook het hoofdkantoor van het bedrijf is gevestigd. Tegenwoordig zijn de vroege stalenbuismeubels beroemde mijlpalen in de designgeschiedenis.

Meubels van Thonet zijn sinds de jaren 30 van de vorige eeuw stille sterren op het wereldtoneel: ze geven vorm aan de plaatsen waar belangrijke personen elkaar ontmoeten en waar de geschiedenis wordt bepaald. En dat niet alleen wanneer bekende Thonet-verzamelaars als regisseur Billy Wilder de touwtjes in handen hebben.

 

Sinds 1945 blijvende klassiekers en veelbelovende nieuwe producten

Na de Tweede Wereldoorlog was Thonet zijn fabrieken in Oost-Europa kwijtgeraakt door onteigening en was de vestiging aan de Stephansplatz in Wenen verwoest. Ook van de fabriek in Frankberg was weinig meer over. Tussen 1945 en1953 bouwde Georg Thonet, achterkleinzoon van oprichter Michael Thonet, deze fabriek weer op. Al snel keerde het succes weer terug, grotendeels door de introductie van nieuwe, eigentijdse producten. De technische mogelijkheden waren inmiddels verbeterd en Thonet produceerde bestaande ontwerpen van stalenbuismeubels uit de klassiek-moderne tijd nu in kleine serie-oplagen. Daarnaast begon het in de jaren 60 samen te werken met bekende ontwerpers als Egon Eiermann, Verner Panton en Pierre Paulin. Vormgevers als Eddi Harlis en Hanno von Gustedt danken hun bekendheid bij de kenners nu vooral aan hun meubelontwerpen voor Thonet.

 

Stalenbuismeubels waren en zijn continu onderhevig aan maatschappelijke trends, persoonlijke leefomstandigheden en conjunctuurbewegingen. Meubels van Thonet zijn gebaseerd op de kennis en ervaring van degenen door wie ze worden geproduceerd. Inmiddels is de productie van stalenbuismeubels eenvoudiger dan die van buighoutmeubels, die nog steeds veel arbeidsuren vergen. In tegenstelling tot hout kan stalen buis nauwkeurig en betrouwbaar worden vervormd met machines. De stalenbuiscollectie wordt voortdurend doorontwikkeld. Daardoor kan elke generatie opnieuw de charme van originele Thonet-meubels ontdekken. Telkens weer worden materialen, oppervlakken en kleuren van klassiekers opnieuw geïnterpreteerd. Vormgevers die zich met deze ingetogen aanpassingen aan de tijdgeest bezighouden, zoals onlangs Studio Besau Marguerre uit Hamburg, gaan intensief de dialoog aan met de originele ontwerpen en bewerken deze met de vereiste sensibiliteit. De Thonet-klassiekers die nu verkrijgbaar zijn, zijn geen museumstukken maar eerder levende onderdelen van de collectie, die ontworpen en toegespitst is op het leven van alledag. In de afgelopen decennia hebben internationaal befaamde architecten en ontwerpers als Stefan Diez, Lord Norman Foster, Alfredo Häberli, James Irvine, Naoto Fukasawa, Piero Lissoni, Glen Oliver Löw, Christophe Marchand en Hadi Teherani voor Thonet gewerkt. Met zijn uit één stuk gebogen houten frame en de zitting van gevlochten riet is de stoelserie 118 van Sebastian Herkner een referentie naar het archetype van de Thonetstoel: koffiehuisstoel 214.

 

» Download PDF "imm 2019"  

 

» Download Mediendatenbank Bilder  

 

Adresse oder Ansprechpartner

Für weitere Informationen und Bildmaterial aller Produkte wenden Sie sich bitte an unsere PR-Agentur

neumann communication
Claudia Neumann, 
Deike Mlynek, Hannah Knospe

Eigelstein 103-113
D-50668 Köln
Tel. +49 (0)221-91 39 49 0

Fax +49 (0)221-91 39 49 19
E-Mail thonet(at)neumann-communication.de

 

Thonet GmbH
Susanne Korn

Head of Marketing Communication
Michael-Thonet-Straße 1
D-35066 Frankenberg
Tel. +49 (0)6451-508-0
Fax +49 (0)6451-508-108
E-Mail susanne.korn(at)thonet.de